De duurzame transformatie van een energiebedrijf

Een interview met de CEO van DONG Energy door Karel Beckman

Het Deense staatsenergiebedrijf Dong Energy is aan het veranderen van een traditioneel bedrijf gericht op fossiele brandstoffen naar een energiebedrijf met een focus op duurzame energie. Deze ingrijpende verandering moet in de komende 30 jaar zijn beslag krijgen. “Dit klinkt misschien eenvoudig, maar in de praktijk is het een enorme stap”, aldus CEO Anders Eldrup in een interview met EER. “We veranderen in een organisatie die in elk opzicht totaal verschilt van wat we op dit moment zijn. Ik kan er naast zitten maar ik ken geen ander bedrijf met zulke hoge ambities als wij.”

Twee jaar geleden zag de wereld er nog heel anders uit voor Dong Energy. Het bedrijf dat was ontstaan uit een fusie tussen een aantal Deense nutsbedrijven, stond op de drempel van privatisering door een beursintroductie. Tegelijkertijd markeerde hun bod op een van de grote Nederlandse energiebedrijven de bereidheid om serieus deel te nemen aan de consolidatierace die de Europese energiesector in zijn greep had. Door de financiële crisis werd de beursgang echter uitgesteld en in Nederland werd het bod van Dong Energy overtroffen door Vattenfall en RWE.

Eldrup, die in 2001 de leiding van het bedrijf had overgenomen na zijn loopbaan op het Deense Ministerie van Financiën, besloot tot een koersverandering: hij wilde Dong transformeren tot een bedrijf dat – zoals hij het uitdrukt – ‘voldoet aan de vereisten van vandaag’. Het feit dat de energieproductie van Dong Energy voor 85% is gebaseerd op steenkool en voor 15% op duurzame energie, heeft vooral historische redenen, aldus Eldrup. “In 2040 willen deze mix hebben omgedraaid. Dan moet 85% van onze productie CO2-neutraal zijn.”

De eerste stappen in dit proces worden nu al genomen. Dat betekent vooral dat Dong Energy kolengestookte centrales sluit en nieuwe offshore windparken aanlegt. Het Deense bedrijf streeft naar een operationele capaciteit in 2020 van 815 MW windenergie en 961 MW windenergie in aanbouw met een pipeline van projecten die uiteindelijk tot een totaal windenergievermogen van zo’n 3.000 MW moet leiden Daarnaast worden in de komende tien jaar drie gasgestookte centrales gebouwd (in Noorwegen, het VK en Nederland) en wordt een aantal bestaande kolengestookte centrales aangepast naar het gebruik van biomassa en zullen enkele andere kolengestookte units sluiten. Dit moet in 2020 leiden tot een 50% reductie van de CO2-emissie. EER vroeg Eldrup naar het hoe en waarom van de nieuwe strategie van het bedrijf.

Waarom heeft u besloten deze radicale verandering door te voeren?
Ten eerste omdat dit de ‘juiste keuze’ is voor deze tijd. Maar het overstappen op duurzame energie kent ook extra voordelen. Het heeft een positief effect op de leveringszekerheid. We worden minder afhankelijk van externe leveranciers. Bovendien creëren we zo banen en economische groei in eigen land. Het is dus niet alleen goed voor het milieu, maar ook een positieve impuls voor de economie en zo krijgen we meer zekerheid.
Is deze strategie alleen mogelijk vanwege het feit dat u een staatsbedrijf bent?
Ik vind van niet. We runnen een commercieel bedrijf net zoals iedereen. We willen verantwoorde keuzes maken, maar tegelijkertijd streven ook wij naar winst genereren. De overheid bemoeit zich niet met onze bedrijfsvoering.
Waar zit de winstgevendheid in offshore windparken? Hiervoor zijn aanzienlijke subsidies vereist.
Ik ontken niet dat deze transformatie alleen mogelijk is dankzij subsidies. Zonder overheidssubsidies zouden we deze stappen niet kunnen zetten. Het is nu eenmaal een feit dat schone technologieën nog niet zelfstandig op de markt kunnen concurreren.
Maar dit zijn de spelregels op dit moment. En er zijn veel bedrijven die zo te werk gaan. We maken alleen maar gebruik van de regelgeving die voor onze markt geldt. We zijn nu wereldleider in offshore windenergie. 50% van onze kapitaalinvesteringen wordt hiervoor ingezet. We hebben de helft van alle offshore windturbines ter wereld gebouwd, hoofdzakelijk in het Verenigd Koninkrijk omdat het economisch klimaat daar het gunstigst is.
Maar hoe duurzaam is dit bedrijfsmodel als u in aanmerking neemt dat er ook gesneden kan worden in subsidies?
Kijk, overheden kunnen natuurlijk wel de spelregels veranderen voor investeringen in de toekomst. Dat is niet helemaal uit te sluiten. Maar het zou mij bijzonder verbazen als de regels zouden veranderen waarop bedrijven hun huidige investeringen hebben gebaseerd. Dat zou hoogst ongebruikelijk zijn. Ik heb dit punt al opgenomen met de Britse regering en een brief ontvangen van Gordon Brown die toen de Britse premier was. Daarin werd duidelijk gesteld dat de subsidies voor offshore windturbines zijn toegewezen voor een periode van 20 jaar.
Heeft u hem om garanties gevraagd?
Ik heb hem een brief geschreven en daar een antwoord op ontvangen. Maar hij heeft dit ook in het openbaar gezegd. Nu is er natuurlijk een nieuwe regering, maar alle drie de politieke partijen hebben tijdens hun verkiezingscampagne verklaard dat ze offshore windenergie steunen. De budgetten zijn beperkt, maar ik zie geen beweging in de richting van het aanpassen van de regels.
Stel dat er toch bezuinigd wordt op subsidies. Kunt u uw windenergieambities dan toch realiseren?
Ik ben van mening dat onshore windenergie zonder subsidies winstgevend kan zijn. Dat sluit ik niet uit. Voor offshore windenergie is dat niet mogelijk in de nabije of middellange toekomst. Deze offshore bouwprojecten zijn behoorlijk gecompliceerd. De reden waarom wij ons hiermee zijn gaan bezighouden is het feit politici meer windenergie willen. Tegelijkertijd weten we allemaal dat de bevolkingsdichtheid in ons deel van de wereld hoog is. Mensen zijn positief over windenergie maar willen geen windmolens in hun achtertuin. Dat betekent dat er voor onshore productie geen vergunningen zullen loskomen. Om die reden hebben we dan ook gezegd ‘goed, als overheden windenergie willen, dan zullen we dit offshore moeten gaan doen.’ En dan zullen we onze vaardigheden moeten verbeteren. Als marktleider hebben we een aantal unieke stappen genomen om het bedrijfsmodel te verbeteren. Vorig jaar hebben we het grootste koopcontract voor windturbines ter wereld getekend – een raamwerkovereenkomst met Siemens voor de levering van 500 van hun grote 6.6 MW turbines. Op deze manier hebben we de industrialisering van de windenergiesector een kickstart gegeven. Siemens kan van start gaan met een lopendebandproductie en hoeft niet meer op projectbasis te produceren. Hierdoor dalen de kosten. We weten nog niet waar we alle turbines zullen inzetten, maar deze planningsreikwijdte bepalen is een belangrijke stap in het proces. Een andere belangrijke stap was onze overname van marktleider A2SEA, een bedrijf dat gespecialiseerd is in schepen die zijn uitgerust voor het offshore plaatsen van funderingen en turbines. Onze Raad van Commissarissen was enigszins verbaasd toen ik deze overname voorstelde. Wat moet een energiebedrijf met een scheepvaartbedrijf, was de vraag. Maar in dit stadium is het van belang om de logistiek van het hele proces in eigen hand te houden. Alleen op deze manier kunnen we de efficiency verbeteren. Daarnaast nemen we ook andere maatregelen om de kosten te verlagen. Desondanks zullen we de subsidies in de komende jaren nog steeds nodig hebben.
Wat zijn de productiekosten voor offshore windenergie momenteel? Volgens sommigen bedragen die 17 eurocent per kWh. Dat is drie keer zo hoog als de kostprijs.
Ik zou zeggen dat de productiekosten van offshore windenergie op dit moment twee keer zo hoog zijn als bij traditionele bronnen. Maar als we offshore wind efficiënter kunnen maken – en ik weet zeker dat we dat kunnen – en CO2-uitstoot wordt belast, moet het zeker mogelijk zijn om dit verschil te verkleinen.
Heeft u een streefcijfer voor de productiekosten?
Ja, dat hebben we, maar precieze cijfers noem ik niet.
Politici willen misschien graag weten wat uw doel is.
(lacht) Dat weet ik wel zeker.
Hoe zijn de ervaringen met Horns Rev tot op heden? [het grootste offshore windpark dat Dong Energy heeft gebouwd voor de kust van Denemarken, redactie]
We hebben natuurlijk Horns Rev 1 en Horns Rev 2. Bij de eerste Horns Rev waren er een aantal stevige uitdagingen. Maar daar hebben we van geleerd. Dankzij al onze fouten zijn we nu de meest ervaren offshore windenergieproducent ter wereld! December vorig jaar is Horns Rev 2 in bedrijf gegaan, het grootste windmolenpark ter wereld met een capaciteit van 209 MW. En dat verloopt redelijk goed. In de Ierse Zee leggen we nu een windpark aan van 400 MW en samen met Eon en Masdar bouwen we de London Array met een capaciteit van 630 MW. Maar het moet gezegd dat we veel verder gaan dan alleen investeringen in windenergie. Hier in Denemarken zijn we bijvoorbeeld ook betrokken bij de introductie van elektrische auto’s.
Waarom bent u geïnteresseerd in elektrische auto’s?
Het is nu eenmaal een feit dat het elektriciteitsnet onstabiel wordt bij (de invoer van) een bepaald niveau van windenergie. Elektrische auto’s kunnen dit voorkomen omdat ze een grootschalige opslag bieden van elektriciteit. Om deze reden hebben we een overeenkomst gesloten met het bedrijf Better Place. Zij hebben in Denemarken een organisatie opgezet voor een brede introductie van elektrische auto’s volgend jaar. [zie onderstaand tekstvak, redactie] Onze rol bestaat hoofdzakelijk uit het ontwikkelen van intelligente systemen voor het opladen van de accu’s. Je zou kunnen zeggen dat wij de intelligentie leveren van de elektriciteitsinfrastructuur voor de auto’s. Als we hiermee successen boeken – en dat moet nog blijken – zouden we de transportsector ingrijpend kunnen veranderen. Dit is een ander voorbeeld van hoe we ons bedrijf aanpassen aan de nieuwe vereisten. Het illustreert dat een energiebedrijf van de toekomst zich moet ontwikkelen volgens lijnen en ideeën die een paar jaar geleden nog ondenkbaar waren.
Wat doet u nog meer om uw bedrijf te veranderen?
We nemen allerlei stappen. Vorig jaar zijn we gestopt met de ontwikkeling van vier grote kolengestookte energiecentrales die waren gepland – twee in het Verenigd Koninkrijk en twee in Denemarken. We hebben besloten dat we geen nieuwe kolengestookte centrales meer zullen bouwen. Daarnaast hebben we 25% van onze kolengestookte capaciteit in Denemarken gesloten. Bovendien zijn we druk bezig ons resterende kolengestookte vermogen aan te passen naar biomassa, alhoewel hierover nog geen definitief investeringsbesluit is genomen. Een ander voorbeeld is dat we vorig jaar november in Denemarken een van de eerste en grootste demonstratie-installaties voor tweedegeneratie bio-ethanol hebben opgezet. Het onttrekken van bio-ethanol uit maïs, zoals ze dat in de VS doen, is een ethisch probleem. Je kunt met goed fatsoen toch geen maïs gebruiken voor de productie van brandstof als mensen elders op de wereld sterven van de honger. We gebruiken dan ook geen maïs of suiker, maar stro – een afvalproduct. Het productieproces is echter veel gecompliceerder. De energie zit erin, net zoals in maïs of suiker. Het is echter veel moeilijker om het er ook uit te halen. We hebben een methode gevonden om dit te realiseren en deze ontwikkelen we nu door. Bij het horen van al deze zaken denken mensen misschien wat een vreemd bedrijf. Toch past het allemaal in onze strategie.
Als u kolengestookte centrales sluit, betekent dit dan dat u niet gelooft in het afvangen en opslaan van koolstof (CCS)?
Zeker geloof ik in CCS. Vanuit een mondiaal perspectief een belangrijke zaak, maar voor ons is deze ontwikkeling niet meer zo relevant als enkele jaren geleden nu we onze kolengestookte capaciteit sluiten. We beschikken over een demonstratiecentrale die al 3 tot 4 jaar in bedrijf is. We hebben dan ook de ervaring dat koolstofafvang mogelijk is, maar wel hoge verliezen oplevert qua energie-efficiency.
Welke investeringscondities heeft u nodig om een succesvolle overgang te maken naar een nieuw energiebedrijf?
We waren teleurgesteld over de resultaten van de klimaattop in Kopenhagen. Maar het klimaatprobleem bestaat natuurlijk nog steeds. De opwarming van de aarde gaat gewoon verder. Het is nu waarschijnlijk onmogelijk geworden om de opwarming te beperken tot 2 graden Celsius, waardoor het probleem alleen maar acuter is geworden. Maar wat ik zie, is dat er feitelijk een grote inzet is voor groene technologie, of er nu een klimaatovereenkomst is of niet. Kijk maar eens naar wat er in China gebeurt. De Chinezen zetten zich echt in voor groene technologie. Voor Europa kan het dan ook behoorlijk riskant zijn om op onze lauweren te gaan rusten. De Chinezen zijn al in actie gekomen, ondanks het feit dat ze geen klimaatovereenkomst hebben ondertekend.
Steunde u de poging van uw landgenoot Connie Hedegaard, de EU Commissaris voor Klimaatactie, om de doelen voor de afname van de CO2-emissie in de EU te verhogen van 20 naar 30%?
Ja. Maar het belangrijkste hierbij is de doelen niet te ambitieus te maken. Het gaat erom mechanismes te creëren die doelen realiseren. En linksom of rechtsom – ik bedoel of nu het via emissiehandel of een ander mechanisme is – moet er een hogere prijs worden betaald voor koolstof. Dan kunnen de onzichtbare marktkrachten hun werk doen om nieuwe technologieën te ontwikkelen en onze economie te hervormen.
Denkt u dat de tweede fase van de ETS (European Emission Trading Scheme) resultaat zal opleveren?
Ik was onlangs nog in Brussel om dit te bespreken met Connie Hedegaard en enkele andere zakenmensen. Ik heb de indruk dat het hoge prioriteit heeft binnen de Commissie. Wat er precies uit gaat komen, kan ik niet zeggen, maar er moet een besluit worden genomen over wat er na 2012 gaat gebeuren. We kennen de regels tot die tijd, maar niet voor de periode daarna.
Bent u nog geïnteresseerd in overnames elders in Europa?
Dat heeft voor ons geen prioriteit meer. We focussen ons nu op organische groei. Er hebben een aantal consolidaties plaatsgevonden in Europa, maar het spel is grotendeels gespeeld. Dat is een van de redenen. Maar het heeft ook te maken met onze visie, ons nieuwe profiel. We willen geen bedrijf overnemen met een zeer afwijkend profiel. En de profielen van de meeste bestaande bedrijven verschillen erg met onze doelstellingen. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik ken geen ander bedrijf met zulke hoge ambities als wij.